Voor een Europa dat beschermt

Voor een Europa dat beschermt

Voor een Europa dat beschermt 2560 1920 Esther de Lange

Dit stuk is gepubliceerd op de social media van Esther de Lange op 9 Mei.

Vandaag 70 jaar geleden, op 9 mei 1950, legde de Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman een verklaring af waarin hij voorstelde een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op te richten. Het bundelen van de belangrijkste grondstoffen van de oorlogsindustrie zou oorlog immers niet alleen “ondenkbaar maar ook materieel” onmogelijk maken. Vrede als grondgedachte van de Europese Unie: voor een Europa dat beschermt.

Met die slogan voerden we een jaar geleden ook campagne voor de Europese verkiezingen, met als speerpunt het beschermen van onze Europese manier van leven. Niet alleen een manier van leven in vrede en vrijheid – Europese samenwerking in de ogen van mijn grootouders – maar ook een in welvaart, zoals voor mijn eigen ouders. En ook de bedreigingen en uitdagingen die op onze huidige generatie afkomen vragen om een Europa dat samen sterk staat. Onze prioriteiten voor een haalbaar en betaalbaar klimaatbeleid, veiligheid en een eerlijke economie veranderen niet, maar komen door het coronavirus wel in een ander daglicht te staan.

Laten we net zoals 70 jaar geleden, lessen trekken uit deze crisis, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog. Lessen die we geleerd hebben bij het instellen van de maatregelen, kunnen we gelijk toepassen bij het terugdraaien van diezelfde maatregelen – om te voorkomen dat mensen bijv. weer massaal over de grens de kroeg induiken in Zeeuws-Vlaanderen of goedkoop gaan tanken in Maasmechelen. Het feit dat we die zaken als zo normaal zijn gaan zien, bewijst dat grensregio’s en de interne markt onder gewone omstandigheden goed functioneren. Wie had ooit nog gedacht dat we de vrijheid van open grenzen, ook al tijdelijk, kwijt zouden raken? Betere coördinatie met onze buurlanden is noodzakelijk. Het is zuur om te zien dat lidstaten op basis van dezelfde wetenschappelijke informatie vanuit het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) zeer uiteenlopende maatregelen nemen op het gebied van reisadviezen, de medische aanpak, schoolsluitingen en publieke evenementen – ook in vergelijkbare situaties.

De EU doet daarbij wat het kan én mag; volksgezondheid is immers veelal een nationale bevoegdheid. Het gezamenlijk terughalen van Europese burgers met repatriëringsvluchten bleek efficiënt en door snelle economische noodmaatregelen kregen lidstaten een financieel steuntje in de rug en werden spookvluchten voorkomen door het tijdelijk opheffen van de vliegslots. De Europese Commissie greep in toen landen halsstarrig medisch materiaal bij zich hielden terwijl er nog ruimte was om landen met grote tekorten te helpen. Ook toen het sluiten van grenzen leidde tot ellenlange files aan grensovergangen met vrachtwagens vol essentiële producten zorgde de Europese Commissie voor de zogeheten ‘green lanes’. En toen Trump het Duitse bedrijf CureVac probeerde over te nemen, dat een veelbelovend vaccin ontwikkelt tegen het coronavirus, greep Von der Leyen in door hun onderzoek met 80 miljoen euro te steunen. Ook zien we hoe Europese mechanismen in werking komen die moeten zorgen dat onze economie na de pandemie weer gaat opleven en met gerichte steun ons mkb het hoofd boven water helpt te houden.

Naast het bijstaan van de landen in hun strijd tegen het coronavirus worden er in de EU ook lessen getrokken voor de toekomst. De noodzaak om als Nederland en Europa minder afhankelijk te worden van anderen voor medicijnen en materiaal is hoger dan ooit. ‘Made in China’ drukt ons nu in crisistijd extra met de neus op de feiten. Tijd voor strategische voorraden, meer groepsaankopen en meer eigen productie in Europa. Bij een volgende crisis zullen er ook standaardprotocollen moeten klaarliggen. Maar vooral ook de les dat een uitdaging als de coronacrisis vraagt om een Europa dat samen sterk staat. Want onze Europese manier van leven in vrede, vrijheid, welvaart én gezondheid is het beschermen waard.

print
Avatar

Esther de Lange

Esther de Lange is vanaf 23 april 2007 lid van het Europees Parlement voor het CDA. Momenteel is Esther lid van de Economische- en Monetaire zaken commissie (ECON), de commissie voor Industrie, Technologie en Onderzoek (ITRE), de Bijzondere commissie ‘Fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect’ (TAXE) en neemt zij voor het CDA Europa de zaken waar in de commissie Buitenlandse Zaken (AFET). Sinds 2014 is zij delegatieleider van het CDA in het Europees Parlement. Daarnaast is Esther vicepresident van de christendemocratische EVP-Fractie, waar ook het CDU en CSU uit Duitsland, de Franse LR en de Spaanse Partido Popular deel van uit maken. In het Europees Parlement is zij namens het CDA contactpersoon voor de provincies Utrecht, Flevoland en Friesland.

Alle artikelen door: Esther de Lange