Turkije: wel samenwerking, geen lidmaatschap

Turkije: wel samenwerking, geen lidmaatschap

Turkije: wel samenwerking, geen lidmaatschap 1280 853 Esther de Lange

Je zou het bijna vergeten, maar dit jaar is het exact dertig jaar geleden dat Turkije officieel aangaf dat het lid wilde worden van de Europese Unie. Vanaf het begin waren er al twijfels over de Turkse ambities, maar er waren ook periodes dat beide kanten naar elkaar toe groeiden, zowel politiek als economisch, bijvoorbeeld door de toegenomen handel en door de belangrijke rol die Nederlandse ondernemers met Turkse roots speelden en nog steeds spelen. We zijn inmiddels dertig jaar verder en is er veel gebeurd, maar van vooruitgang in dit toenaderingsproces is er nauwelijks nog sprake. Sterker nog, door haar gedrag lijkt de Turkse regering juist steeds verder af te drijven van Europese waarden. Turkije kreeg in 1999 weliswaar de status van kandidaat lidstaat, maar vragen omtrent de wenselijkheid van een Turks EU-lidmaatschap bleven. Ieder jaar geeft het Europees Parlement zijn mening over de stand van zaken in Turkije: het zogenoemde voortgangsrapport. We hebben dit jaar alle reden om kritischer te zijn dan ooit te voren, want anno 2017 lijkt een antwoord te zijn gekomen op de belangrijkste vraag van allemaal: deelt Turkije überhaupt wel dezelfde fundamentele waarden met de EU?

De Turkse regering lijkt deze vraag zelf te hebben beantwoord. Onder president Erdogan en zijn AK-Partij heeft Turkije voor een koers gekozen die lijnrecht in gaat tegen veel van de waarden waar wij in de Europese Unie voor staan. Het is inmiddels duidelijk dat Erdogan de Turkse rechtsstaat beetje bij beetje steeds verder uitkleedt. Volgens de welbekende salamitactiek wordt de Turkse democratie langzaam maar zeker uitgehold en omgetoverd tot een onvervalst autoritair systeem. Laten we daarbij vooral niet vergeten dat deze ontwikkeling al vele jaren gaande is en na de coup van afgelopen zomer alleen maar in een stroomversnelling is geraakt.

Het staat buiten kijf dat Turkije in een zeer lastig pakket zit. Door het toenemend aantal aanslagen staat de binnenlandse veiligheid onder steeds grotere druk en er is natuurlijk ook alle reden om de couppoging te veroordelen. Toch kan dit alles geen rechtvaardiging zijn voor het monddood maken van iedere vorm van oppositie en het de facto uitschakelen van de mediavrijheid. Meer dan 70.000 mensen, onder wie ook journalisten en rechters, zijn sinds de coup opgepakt. Deze maatregelen zijn een kandidaat lidstaat simpelweg niet waardig en staan in geen enkele verhouding tot de problemen waar Turkije momenteel voor staat.

En dan is er nog de aanstaande grondwetswijziging van Erdogan. De aanloop naar het referendum verliep al op zijn zachtst gezegd tumultueus. De provocaties en beledigende taal van Erdogan richting diverse lidstaten (waaronder zeker niet in de laatste plaats ons eigen land) horen niet bij een land dat onderdeel wil worden van diezelfde familie lidstaten. En dan hebben we het niets eens over de inhoud van het referendum gehad. Als het aan mij ligt is het definitief doorvoeren van de grondwetswijziging een duidelijke rode lijn en zal direct leiden tot het onmiddellijk beëindigen van de onderhandelingen met Turkije – met de daarbij behorende pretoetredingssteun. Ik heb er dan ook voor gepleit om dit te laten opnemen in het Turkije rapport. Zie onderaan de amendementen die ik daartoe indiende.

Moeten wij dan na deze reeks van incidenten en schaamteloze provocaties al onze banden met Turkije verbreken? Nee zeker niet. Turkije is een economisch power house en een regionale grootmacht om rekening mee te houden – nu én in de toekomst. We zouden in onze eigen voet schieten als we onze handelsbetrekkingen met Turkije ernstig zouden schaden. Verder hecht ik ook waarde aan het hebben van een stabiele buurman en wil daarom juist dat de EU in staat blijft om processen die juist bijdragen aan democratisering en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling, te blijven ondersteunen. Maar is hier EU-lidmaatschap voor nodig? Als je het aan mij vraagt niet. We hebben tal van verschillende samenwerkingsverbanden met de landen om ons heen, zonder dat daarbij sprake is van (zicht op) lidmaatschap. Waarom zouden wij niet hetzelfde kunnen doen met Turkije? Het wordt dan ook hoog tijd dat we duidelijkheid verschaffen aan de Turkse regering: lidmaatschap is op dit moment niet op zijn plaats en we moeten zo snel mogelijk op zoek naar een andere vorm van samenwerking. Als het aan mij ligt geeft het Turkije rapport van dit jaar een eerste voorzet daartoe…

print

Esther de Lange

Esther de Lange is vanaf 23 april 2007 lid van het Europees Parlement voor het CDA. Momenteel is Esther lid van de Economische- en Monetaire zaken commissie (ECON), de commissie voor Industrie, Technologie en Onderzoek (ITRE), de Bijzondere commissie ‘Fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect’ (TAXE) en neemt zij voor het CDA Europa de zaken waar in de commissie Buitenlandse Zaken (AFET). Sinds 2014 is zij delegatieleider van het CDA in het Europees Parlement. Daarnaast is Esther vicevoorzitter van de christendemocratische EVP-Fractie, waar ook het CDU en CSU uit Duitsland, de Franse LR en de Spaanse Partido Popular deel van uit maken. In het Europees Parlement is zij namens het CDA contactpersoon voor de provincies Utrecht, Flevoland en Friesland.

Alle artikelen door: Esther de Lange