Storm in een kop thee?

Storm in een kop thee?

Storm in een kop thee? 2048 1154 Esther de Lange

Zo gauw het om belastingen gaat lopen de gemoederen vaak hoog op. Eeuwen geleden al was de Boston Tea Party een protest van de inwoners van Amerikaanse kolonies tegen een belasting op thee, opgelegd door het Britse Parlement, zonder vertegenwoordiging vanuit de kolonies. “No taxation without representation” was de leuze die tot op de dag van vandaag resoneert.

Zo ook in Europa. Belastingen zijn geen Europese bevoegdheid, al zijn er met het oog op het functioneren van de Interne Markt wel afspraken over bijvoorbeeld de BTW (die overigens niet optimaal werken, maar daarover een andere keer wellicht meer). In een geglobaliseerde wereld komt die nationale bevoegdheid voor het heffen van belastingen steeds verder onder druk te staan. De verschillen tussen nationale belastingstelsels en -praktijken maken creatieve grensoverschrijdende constructies mogelijk, waarvan internationaal opererende bedrijven wél en gewone mensen en kleine bedrijven niet kunnen profiteren. Als je die oneerlijkheid wil aanpakken, moet je dat Europees of internationaal doen. Hier botst de harde werkelijkheid frontaal op de theorie.

Het thema belastingen stond deze week op de agenda van een bijeenkomst met leden van het Europees Parlement en nationale parlementen. En ook hier liepen de gemoederen hoog op. Nederland staat dan vaak in de hoek waar de klappen vallen. En inderdaad hebben de brievenbussen op de Zuidas ons geen goed gedaan. Aan de andere kant is het te simpel om nu om een volledig geharmoniseerde aanpak te vragen, terwijl er al instrumenten liggen en aankomen om oneerlijkheid aan te pakken. Zo wordt er gewerkt aan wetgeving over het openbaar maken van bedrijfsresultaten: wat is je winst en omzet, hoeveel mensen werken er in je bedrijf, wat betaal je aan belasting. Het begint met transparantie. Zo mogen lidstaten al informatie van elkaar opeisen over afgegeven ‘rulings’. Groot was dus ook mijn verbazing toen deze week uitkwam dat de vragen aan de Nederlandse belastingdienst met name uit niet-EU-landen komen: uit Australië, Noorwegen en Mexico. Een Portugese socialiste hield in onze bijeenkomst een vlammend betoog tegen landen als Nederland maar haar regering dient amper, of mogelijk zelfs helemaal geen, verzoeken in voor informatie bij de Belastingdienst.

De bestaande instrumenten niet gebruiken, maar wel roepen om nieuwe wetgeving. Dat was de algemene teneur van de bijeenkomst. Bovenaan het wensenlijstje staat een geharmoniseerde grondslag voor de vennootschapsbelasting en een formule voor het automatisch verdelen van deze opbrengsten over de verschillende Europese landen waarin een bedrijf actief is. Zeker op die verdeling liepen eerdere pogingen tot afspraken hierover mis. Ook nu is teveel nog niet duidelijk. De effecten van het voorstel op belastingontwijking dreigen minimaal zijn en de potentiële schade aan de economie groot, zeker voor kleine landen waar wellicht niet de fabrieken staan, maar waar met een innovatieve economie wel het geld wordt verdiend. In Nederland kan deze schade oplopen tot een paar procent van ons BBP.

Voor mij was die grote onduidelijkheid en het gebrek aan een gedegen impact assessment reden om tegen het rapport van het EP over de Europese vennootschapsbelasting te stemmen. Het rapport bevat wel degelijk een aantal interessante suggesties, zoals het meenemen van digitale activiteiten in de verdeelsleutel. De techreuzen betalen nu immers maar op één of een paar plekken belasting, terwijl ze in alle landen van de wereld geld verdienen met hun data. Het verplicht laten deelnemen van het MKB aan dit nieuwe Europese systeem vind ik echter buitenproportioneel.

Het was een tegenstem met pijn in het hart want ik zie wel degelijk een basis en noodzaak om schijnconstructies nog verder aan te pakken, maar daarvoor zullen we echt terug moeten naar de tekentafel. Gezien de benodigde unanimiteit in de Raad zullen ook de bezwaren van de minderheid, waaronder Nederland, meegenomen moeten worden. Je kunt maar één keer ja zeggen in dit onderhandelingsproces. Nu is daarvoor niet het juiste moment. Laten we hopen dat alle betrokkenen iets minder gaan voor de speeches en de storm in een theekop en wat dieper in de inhoud duiken. Zodat alle landen zich vertegenwoordigd voelen in een uiteindelijk besluit.

print

Esther de Lange

Esther de Lange is vanaf 23 april 2007 lid van het Europees Parlement voor het CDA. Momenteel is Esther lid van de Economische- en Monetaire zaken commissie (ECON), de commissie voor Industrie, Technologie en Onderzoek (ITRE), de Bijzondere commissie ‘Fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect’ (TAXE) en neemt zij voor het CDA Europa de zaken waar in de commissie Buitenlandse Zaken (AFET). Sinds 2014 is zij delegatieleider van het CDA in het Europees Parlement. Daarnaast is Esther vicevoorzitter van de christendemocratische EVP-Fractie, waar ook het CDU en CSU uit Duitsland, de Franse LR en de Spaanse Partido Popular deel van uit maken. In het Europees Parlement is zij namens het CDA contactpersoon voor de provincies Utrecht, Flevoland en Friesland.

Alle artikelen door: Esther de Lange