Copyright: op weg naar een eerlijkere digitale economie

We kennen het allemaal. Even snel die afspeellijst samenstellen voor je op vakantie gaat. In de trein online de krantenkoppen doornemen op weg naar je werk. Op je gemak thuis op de bank de nieuwste clip van je favoriete artiest streamen. Stuk voor stuk het resultaat van de Europese Digitale Markt. Toch is er nog veel werk aan de winkel om deze gemeenschappelijke digitale markt te voltooien én – misschien nog wel belangrijker – toekomstbestendig te maken. Een essentieel onderdeel daarbij zijn de zogenaamde auteursrechten, met andere woorden: wie verdient wat in de creatieve industrie en wat mag ik wel en niet zomaar met anderen online delen? De laatste jaren klonk er veel kritiek vanuit verschillende hoeken over de huidige online verdienmodellen in de creatieve industrie. Jean Claude Juncker kondigde daarom in zijn State of the Union al aan dat het hervormen van online auteursrechten een van zijn prioriteiten is. Afgelopen september heeft de Commissie ook de daad bij het woord gevoegd en een voorstel ingediend om de grootste obstakels binnen de huidige auteursrechten weg te nemen. Maar is het wel genoeg? Een in ding is zeker: het voorstel roept in ieder geval de nodige vragen op.

Het commissievoorstel lijkt zo op het eerste gezicht prima te passen in iets waar ik waar mij al sinds jaar en dag sterk voor heb gemaakt: een eerlijkere economie binnen Europa. De commissie wil namelijk dat online platforms en platenmaatschappijen transparanter worden richting de artiesten waarmee zij contracten hebben afgesloten. Het moet duidelijker worden hoeveel deze spelers aan de contracten verdienen en, wanneer de winstverdeling te scheef is, moeten artiesten de mogelijkheid krijgen om deze contracten te heronderhandelen. Ik vraag mij alleen wel af in hoeverre artiesten daadwerkelijk bereid zullen zijn om deze contracten aan te vechten. Vooral beginnende artiesten, die nog weinig onderhandelingsruimte hebben, zullen hiermee terughoudend zijn. Voor hen staat er namelijk veel op het spel.

Daarnaast wil de commissie online platforms gaan verplichten om speciale technologie te gebruiken, waarmee video’s met daarin auteursrechtelijk beschermd materiaal automatisch worden herkend. Youtube heeft al zo’n zogenaamd “Content-ID”. Opnieuw is dit natuurlijk een nobel streven, maar het roept wel de vraag op of start-ups ook de capaciteiten gaan hebben om ook een dergelijk systeem te ontwikkelen. Het heeft Google namelijk een slordige 60 miljoen euro gekost om hun eigen herkenningstechnologie te ontwikkelen. Hoe haalbaar gaat dit zijn voor het groepje Utrechtse studenten dat zelf een internetbedrijfje wil oprichten? We willen toch ook dat de volgende Apple uit Europa gaat komen? En hoe veilig zijn onze gegevens bij deze bedrijven, die al ons geüploade materiaal immers van te voren moeten gaan analyseren?

Een ander onderdeel van het commissievoorstel is een nieuw recht voor uitgevers van kranten en tijdschriften, waardoor zij een vergoeding zouden kunnen krijgen wanneer hun werk door derde partijen online wordt aangeboden. Uitgevers lopen op dit moment de nodige advertentie-inkomsten mis, omdat hun materiaal door online platforms (inclusief korte samenvatting) wordt aangeboden. Deze platforms generen daarbij hun eigen advertentie-inkomsten, maar de uitgevers zelf zien hier weinig tot niets van terug. Het lijkt mij goed als er inderdaad een eerlijker systeem in het leven wordt geroepen dat recht doet aan de makers van het werk, maar het roept wel de vraag op of de consument zelf nog wel links naar artikelen mag plaatsen. De Commissie zal hier snel meer duidelijkheid over moeten verschaffen.

Al met al is het voorstel van de Commissie een stap in de juiste richting. Het streven om tot een eerlijker systeem van auteursrechten te komen valt toe te juichen. Je luistert natuurlijk een stuk prettiger naar een liedje als je weet dat het geld dat met jouw stream wordt verdiend, ook op een eerlijke manier wordt verdeeld. Waterdicht is het huidige voorstel echter niet. De Commissie zal dan ook meer duidelijkheid moeten verschaffen over bepaalde onderdelen. De ambitieuze Utrechtse studenten willen nog wel hun internet start-up kunnen beginnen, de trotse vader wil de link naar het artikel waarin zijn dochter wordt genoemd vrij kunnen delen en de hardwerkende artiest wil ook wel de mogelijkheid hebben om zijn “scheve” contract daadwerkelijk aan te kunnen vechten. Het voorstel ligt nu in het Europees Parlement, dus ik ga de komende maanden mijn uiterste best doen om een zo goed en evenwichtig mogelijk resultaat te bereiken dat recht doet aan al deze belanghebbenden. Ik houd jullie in ieder geval op de hoogte!