Blog: Sterke taal of samenbinden?

Eind juli mocht ik de Nationale Conventie van de Amerikaanse Democratic Party bijwonen in Philadelphia. Samen met een Spaanse en Italiaanse collega, beide ook vice-voorzitter van de EVP-fractie, namen we deel aan het international leadership programma voor buitenlandse gasten van de conventie. Een historische conventie trouwens, waar met Hillary Clinton voor het eerst een vrouw werd gekozen tot presidentskandidaat namens haar partij. 

Het blijft opvallend hoe je je in Amerika altijd wat meer Europeaan voelt dan wanneer je thuis bent, waar juist de onderlinge verschillen tussen Europese landen (te) vaak de boventoon voeren. Toch waren er veel overeenkomsten tussen de Amerikaanse en Europese politici. Niet alleen de traditionele sterke relatie tussen onze beide continenten en waarden die we delen. Maar ook overeenkomsten als het gaat om ontwikkelingen in onze samenleving, zoals een toegenomen individualisme en een neiging tot isolationisme, bijvoorbeeld – in gewoon Nederlands: “ieder voor zich”. 

Hoe begrijpelijk ook in deze onzekere tijden, je terugtrekken achter de dijken is niet in het belang van Nederland of van Europa. Europeanen vormen nog maar een tiental procent van de wereldbevolking en die lijn zal de komende decennia alleen maar verder dalen. Wij zijn niet langer de norm en maken niet langer automatisch de dienst uit. Betrouwbare partners in de wereld en slimme samenwerking in Europa zijn daarom juist nu van groot belang. 

Uitgerekend nu staat die samenwerking onder druk. De Britten stemden (helaas) voor het verlaten van de EU, mede gebaseerd op de sterke taal van Nigel Farage, die the morning after moest toegeven dat veel van zijn beloftes niet klopten. En in Amerika krijgt Donald Trump veel bijval wanneer hij de onderlinge solidariteit binnen de NAVO in twijfel trekt. Hij is niet de enige trouwens. Ook Labour leider Jeremy Corbyn liet zich in vergelijkbare termen uit. Stoere taal, die overduidelijk aanspreekt, maar die ons niet dichter bij elkaar brengt. 

Ook de verkiezingsstrijd in Nederland zal weer veel stoere taal en een verhard debat laten zien. Sterke taal in plaats van solide oplossingen. Het uit elkaar spelen van mensen, bevolkingsgroepen en leeftijdscategorieën om een politiek punt te kunnen maken. Dat is niet onze stijl! Wij zijn de partij van de uitgestrekte hand, naar mensen toe om samen een sterke samenleving te vormen. En over grenzen heen, wanneer uitdagingen grensoverschrijdend zijn en om een gezamenlijke aanpak vragen. 

Meer dan ooit is er behoefte aan ons als christen-demoraten om samen te binden en met degelijke oplossingen te komen. En juist op dit terrein heeft onze politiek leider een voordeel dat hem niet alleen letterlijk een paar koppen boven Hillary Clinton doet uitstijgen. En dat is betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Volgens CNN begon Clinton aan haar conventieweek (normaal gezien een week vol media-aandacht en goede cijfers voor de kandidaat in kwestie) met een schokkend percentage van 68 procent van de Amerikanen die haar niet geloofwaardig en betrouwbaar vinden. Dit cijfer laat overigens zien dat de strijd om het Amerikaanse presidentschap verre van een gelopen race is. In ons eigen land maken we ons ook op voor een ingewikkelde en ongetwijfeld harde verkiezingsstrijd. Maar onze lijsttrekker en politiek leider kwam de afgelopen maanden bij enquêtes juist als het meest betrouwbaar uit de bus. Dat wil niet zeggen dat het een easy ride wordt richting maart 2017. Het wil wel zeggen dat we op de goede weg zijn. De weg van degelijkheid in plaats van dagkoersen. En van echt samenbinden in plaats van enkel stoere taal.